Voorjaar

Het voorjaar bepaalt de rest van het seizoen, en het verleidt tot te vroeg beginnen.

Februari en maart

  • Grond losmaken waar nodig, compost bovenop.
  • Binnen voorzaaien: tomaat, paprika, prei, sla.
  • Bakken en paden nalopen, gereedschap slijpen.
  • Buiten de eerste koudeverdragende gewassen: tuinbonen, spinazie, radijs.

Voorzaaien binnen

Een lichte, koele plek is beter dan een warme vensterbank achter glas: te warm en te donker levert lange, slappe stengels op. Een groeilamp lost dat op, evenals later zaaien.

Afharden

Binnen opgekweekte planten gaan niet ineens naar buiten. Een week lang overdag buiten en 's nachts binnen went de plant aan wind en uv. Zonder die stap verbrandt het blad binnen twee dagen.

April en mei

De grootste zaaimaanden. Na half mei kunnen vorstgevoelige gewassen naar buiten. Vliesdoek bij de hand houden, want een nachtvorst begin mei komt regelmatig voor.

Valkuil

Te vroeg zaaien in koude grond geeft slechte opkomst en rot zaad. Grond die bij aanraking nog koud en nat aanvoelt, is niet klaar, ongeacht wat de kalender zegt.

Meer in seizoen

Zomer

Onderhoud en oogst in de zomermaanden, omgaan met droogte en hitte, en wat er in juli en augustus nog gezaaid kan worden.

Najaar en winter

Wat er in het najaar gebeurt in de moestuin, hoe de grond de winter in gaat en welk werk er in de winter te doen is.